Dit kan als de matrices precies even groot zijn. Je telt de getallen op die op dezelfde plek staan (rij $i$, kolom $j$).

In deze post nemen we de theorie stap voor stap door, gevolgd door oefenopgaven met uitwerkingen.

Met "matrix oefenen" kun je twee kanten op: het trainen voor een (IQ-test) of het maken van wiskundige berekeningen . Hieronder vind je een gids voor beide varianten. 1. Matrixen voor Assessments (IQ & Logica)

Het aantal elementen (bijvoorbeeld stippen of lijnen) neemt per stap toe of af.

$$A \times B = \beginpmatrix 19 & 22 \ 43 & 50 \endpmatrix$$

Dit is de bewerking waar de meeste fouten worden gemaakt.